Tram

10 juli 2008

Gisteren nam ik de tram naar huis. Er kwam een man van achteraan in de veertig naast me zitten. Ik was verdiept in mijn boek en merkte het pas op toen hij mij aansprak. Of ik nog aan het studeren was? Of ik kinderen had? Hoeveel, hoe oud, jongens of meisjes? En of ik een vriend had? Ik bleef heel vriendelijk antwoord geven, en nog behoorlijk uitvoerig ook. Uit beleefdheid, misschien? Of omdat ik inderdaad een trotse moeder ben? Hoewel ik hoopte dat hij zo snel mogelijk zou afstappen, vroeg ik me toch nog af of ik – uit geveinsde interesse – een weervraag moest stellen. Waarschijnlijk was dit de enige goede geweest: “En waarom wilt u dat weten?”